Bietentocht

Suiker

Oudheid

 

Voor het zoeten van eten en drank gebruiken de mensen in de oudheid veel honing. De Indiërs weten als eersten gekristalliseerde suiker uit suikerriet te halen. Hiervoor persen ze sap uit suikerriet. Ze koken dat vervolgens in tot een bruine, zachte stroop, die later uitkristalliseert tot suiker.

Als het Romeinse rijk zich naar het Oosten uitbreidt, ontstaat er een levendige handel in suikerriet in China. Ook Perzië maakt er kennis mee. Het lukt de Persen rietsuikersap met melk te zuiveren, waardoor het product lijkt op de ruwe rietsuiker zoals wij die kennen.


Middeleeuwen

 

De kruisvaarders brengen van hun tochten voor het eerst grote hoeveelheden suiker mee naar Europa. Suiker is in die tijd moeilijk te krijgen en daardoor erg kostbaar.

In 1492 brengt Columbus de kennis van suikerriet en suiker over naar Amerika. De productie van suiker en de handel erin bloeien hierdoor op als nooit tevoren.


Gouden Eeuw

 

In de Gouden Eeuw groeit Amsterdam uit tot een machtig handelscentrum. Ruwsuiker uit heel de wereld wordt er gezuiverd (geraffineerd) en daar geëxporteerd naar landen als Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. Als Frankrijk hoge tolgelden gaat heffen op de import van bewerkte suiker, komt de Nederlandse export zwaar onder druk te staan. Frankrijk gaat zelf ruwe rietsuiker raffineren.

18e eeuw

 

Steeds meer landen heffen tol op ingevoerde geraffineerde suiker en gaan zelf suiker bewerken. Zo ontstaat een belangrijke industrie. De afschaffing van de slavernij in 1789 veroorzaakt een forse terugslag in de suikerproductie. Daardoor wordt de suiker nog duurder.

In 1747 ontdekt een Berlijnse scheikundige dat in bieten dezelfde suiker voorkomt als in suikerriet. Door de bieten te kweken met een zeer hoog suikergehalte en een techniek te ontwikkelen om met water suiker aan de biet te onttrekken, kan de gehele suikerproductie in eigen land plaatsvinden.


19e eeuw

 

Rond 1800 lukt het een bietsuikerfabriek in Silezië (Polen) om uit 2.570 kilo bieten bijna 68 kilo ruwsuiker te bereiden. Landen zijn niet langer afhankelijk van de kostbare rietsuikerproductie. In Duitsland en Oostenrijk verrijzen de eerste suikerfabriekjes. De uitbreiding van deze nieuwe industrie wordt echter bemoeilijkt door de oorlogen die Napoleon voert. Om Engeland te treffen, verbiedt Napoleon in 1806 alle handel met het land. De Engelse suikerriethandel stort daardoor in en in Europa ontstaat een groot tekort aan suiker. Daardoor bloeit de bietsuikerindustrie op.


20e eeuw

 

In heel Europa gaan boeren suikerbieten verbouwen. Nieuwe rassen “beetwortelen” krijgen een steeds hoger suikergehalte. Bovendien boekt de techniek om suiker te winnen belangrijke vorderingen.
Na de Tweede Wereldoorlog neemt de bevolking sterk toe. Deze aanwas vergroot het verbruik van suiker aanzienlijk. Door nog betere teelt, en door automatisering en nieuwe technologieën in de fabrieken, is de suikerindustrie inmiddels uitgegroeid tot een uiterst hoogwaardige landbouwactiviteit.