Bietentocht

Een jaar uit het leven van de suikerbiet

 

“Ik kom je tegemoet op een groene trekker.”

 

laat Marien mij weten als we hebben afgesproken bij Nieuwerkerk om op het land bij de suikerbieten te gaan kijken.

Hoog boven de weg mag ik een stukje meerijden op dit stukje vernuftige techniek. Traploze versnellingen, camera, cd speler en een stoel met goede vering, de akkerbouw gaat met zijn tijd mee.

 

Aangekomen op het bietenveld begint Marien enthousiast te vertellen: ”Sinds drie jaar werken we met het suikerbieten ras Theresa. We zijn een modern bedrijf wat de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van veredelen nauwlettend in de gaten houdt. Theresa is een ras wat onder andere resistent is tegen het cistenaaltje èèn van de grote vijanden van de suikerbiet. De zaden worden gecoat om ze te beschermen tegen allelei ongedierte.

Van belang is om de zaaitijd zo uit te kienen dat het zaad zo kort mogelijk in de grond zit tot het gaat kiemen omdat het dan het kwetsbaarste is. Er wordt altijd vanaf maart gezaaid en dit jaar kon het zaad op 11 maart de grond in. De grond op het perceel waar we nu staan wordt zavel genoemd, een mix tussen lichte klei en zwaar zand. Een suikerbiet is niet erg kritisch op zijn grond. Het belangrijkste is dat de PH waarde niet te laag of te hoog zit. Zo rond de zeven is mooi.”

 

Ondertussen zit Marien op zijn knieën tussen de jonge bieten en graaft een suikerbiet uit. “Kijk, zo groot zijn ze nu.” een heel klein suikerbietje ligt in de palm van zijn hand. “Gemiddeld worden de bieten ongeveer 0,8 kg. De grootst die ik ooit heb gezien was 4 kilo, maar dat komt het suikergehalte niet ten goede. We zaaien de bieten met een tussen ruimte van 17 cm. Uit onderzoek is gebleken dat dat uiteindelijk de beste opbrengst oplevert. Verder uit elkaar het je grotere bieten maar minder opbrengst. Als er nu èèn tussen uit valt doordat hij dood gaat compenseert de rest dat weer. Uiteindelijk is de doelstelling dat het de Suiker Unie gemiddeld 15 ton suiker op levert per hectare.”

 

Hier en daar steekt een eigenwijze spruit of aardappel nog zijn kop op tussen de bieten. “We werken volgens het principe van de wisselteelt. Het ene jaar hebben er aardappelen gestaan, daarna de spruitjes en nu de bieten. Dit is ter voorkoming van het verspreiden van ziektes. Het gewas wordt geoogst en het land wordt omgeploegd, maar er blijven altijd nog een paar verdwaalde jongens over. Zolang ze niet meer echt aanslaan is het geen probleem, maar als ze doorschieten en gaan bloeien is dat geen gezicht.”

In mijn naïviteit vraag ik Marien of hij het uiterlijk belangrijk vind van de percelen die hij bewerkt. “Natuurlijk!” roept hij geestdriftig. “Er zijn akkerbouwers die het niks kan schelen, maar wij vinden het belangrijk dat het gewas en het land er mooi en verzorgd bijstaat.”

 

Ik ben benieuwd naar de tactiek achter het patroon van de sporen op het land, ze lijken willekeurig in vlakken te zijn ingedeeld. Marien staat op en wijst me de lijnen in het veld. “Kijk eens goed naar de vorm van het veld. Voor ons is het belangrijk dat tegen de tijd dat er geoogst moet worden er korte lijnen zijn tussen de plek waar de bak vol is en het land eindigt zodat je effectief te werk gaat. We weten uit ervaring na hoeveel meter oogst we moeten lossen en daar houden we rekening mee met het zaaien”.

 

Ook valt er nog veel meer te zien aan de manier waarop het gewas staat, de snelheid waarmee het groeit en de kleur die het heeft. “Het is een koud voorjaar en daardoor tekenen de eigenschappen van de grond zich duidelijk af in het gewas. Kijk, daar loopt en spoor door het veld heen. Ooit liep daar de oude tramverbinding naar Zierikzee. Heb je een jaar wat warm en nat is zie je dat veel minder, maar als het extremer weer is kun je gelijk zien waar oude sloten en dergelijk zich in het perceel bevinden. Ook waren de spruiten van vorig jaar minder ver verteerd dan we hoopten. Nu kun je precies zien waar de lijnen van vorig jaar liepen doordat daar de bieten lichter zijn van kleur. Ze hebben daar meer moeite om te wortelen door de laag spruiten loof in de grond .”Ach,” zegt Marien “het blijft leren en ontdekken.”

 

Wel ben ik nog benieuwd naar het werk wat de biet de komende tijd met zich mee brengt. “De suikerbiet is van de intensieve teelt een gemakkelijk gewas. Het belangrijkste is dat de bladerkroon onaangetast blijft omdat die ervoor zorgt dat de wortel zijn suikergehalte bereikt. Om de zoveel weken spuiten we in hele lichte doseringen met bestrijdingsmiddelen om de biet te beschermen. Verder hoeven we er eigenlijk niet veel aan te doen.”

 

Langzaam lopen we terug naar de trekker terwijl me nog allemaal wetenswaardigheden worden aangewezen. “Hopelijk wordt het nu warmer, kom over een paar weken maar terug en je zult geen grond meer tussen de planten kunnen waarnemen.”

 

Ik mag nog even mee rijden terug naar mijn auto en dan kijk ik hem na.

Een trotse en gepassioneerde ondernemer onderweg naar het volgende perceel terwijl in de trekker klassieke muziek inspireert tot goed vakmanschap.

 

 

 

 

2 juni 2010 te Nieuwerkerk

tekst Evelein Mesman, uw suikerbieten reporter

 

Dinsdag 31 augustus 2010

 

In een telefoongesprek met Marien word ik even bij gepraat over de stand van zaken in het bietenveld.

 

Ondanks de vele regenval van afgelopen tijd hebben de suikerbieten op Schouwen Duiveland hier weinig last van gehad. Meer problemen waren er deze zomer met eerst de grote droogte waardoor en eer groei achterstand is opgelopen. Ook was er een flinke plaag van de larven van het Gamma Uiltje, een vlinder die zijn eitjes op het loof van de suikerbiet had gelegd. Meestal komen deze niet in deze hoeveelheden voor, maar nu moest er toch echt een keer tegen gespoten worden.

 

Tot de oogst van de bieten zijn er nog wat kleine klusjes te doen. De uitschieters aan de zijkanten van de bieten die nu al zaad willen gaan maken moeten worden gekapt en er moet nog een keer gewasbeschermend gespoten worden tegen meeldauw en sarcospera.

 

Aan het begin van het bietenseizoen geeft de kweker aan bij de fabriek wanner hij de bieten wil gaan leveren. Vroeg in de campagne, september en oktober levert een premie op evenals laat in het seizoen, december en januari. Belangrijk is om goed rekening te houden met de nacht tempratuur. Deze moet onder de 4 a 5 graden liggen anders gaan de bieten op de hoop broeien en dit zorgt voor suikerverlies in de bieten.

De bieten te lang in de grond laten zitten geeft het probleem dat het land erg nat kan worden waardoor het niet te berijden valt of de vorst die de grond te hard maakt.

Voorlopig mogen ze nog even blijven zitten en groot en zoet worden!

 

We kijken uit naar onze bieten……………..

 

 

 

MARIEN BOS

 

Als kleine jongen begonnen met een stukje moestuin heeft Marien Bos met zijn jongste broer André nu akkerbouw bedrijf Maatschap Bos, het bedrijf dat ze tien jaar geleden overnamen van hun vader.

 

De broers hebben gekozen voor de intensieve teelt en verbouwen behalve de suikerbiet ook aardappels, spruitjes, uien en knolselderij. Op het eiland Schouwen–Duiveland hebben zij ruim 80 hectare grond onder hun beheer.

 

Marien heeft zich bereid getoond om ons bietenvaarders op de hoogte te houden van het wel en wee van “onze” suikerbiet.